Kritiek op steun G8 aan ontwikkelingslanden

De acht grootste industrielanden (G8) hebben zaterdag vijf miljard dollar (ruim vier miljard euro) euro toegezegd voor gezondheids- en voedingsprogramma's voor kinderen en vrouwen in ontwikkelingslanden.

Het initiatief is bedoeld om sterfte onder honderdduizenden vrouwen en baby's tijdens de geboorte te helpen voorkomen. Bijna acht miljoen kinderen, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara en Azië, overlijden voordat de leeftijd van vijf jaar bereiken. Het bedrag zou verspreid over een periode vijf jaar uitgegeven moeten worden.

Flavia Bustreo, directeur van Partnership for Maternal, Newborn and Child Health in Genève, een organisatie die meer dan driehonderd nationale en internationale organisaties vertegenwoordigt, is blij met de aandacht voor het onderwerp. "Dat is voor het eerst in de geschiedenis." Maar, voegt ze eraan toe, "we weten niet wat er gebeurt als het aankomt op het daadwerkelijk waarmaken van beloften."

Beveiliging

Oxfam en andere niet-gouvernementele organisaties zijn ook niet overtuigd. Zij wijzen erop dat de G8-landen miljardenbeloften doen op dit soort bijeenkomsten zonder dat hun budget voor ontwikkelingshulp verhoogd wordt.

Canada, dat gastland is van de gecombineerde G8 en G20-top, heeft aangekondigd in de komende vijf jaar 1,1 miljard dollar (889 miljoen euro) te zullen besteden aan de zorg voor moeder en kind in ontwikkelingslanden.

Critici wijzen erop dat het bedrag dat Canada bijdraagt minder is dan de kosten van de organisatie van de twee topontmoetingen. Honderden miljoenen dollars gingen alleen al op aan beveiliging.

JS (IPS)


Bekijk ook

Lees ook