Spyker, naar de broers Hendrik Jan Jacobus jr. Spijker

De broers Spijker, Hendrik Jan (1855-1907) en Jacobus jr. (1857-1932), werden in Hilversum geboren als zonen van de smid Jacobus Spijker sr. Hij was aan de Kerkbrink nummer 19 werkzaam als hoef- en kachelsmid en handelde ook in brandstoffen. In de historische Spijkerpandjes is van vandaag een café-restaurant gevestigd.

De broers verbleven enige tijd in Parijs om er bij gevestigde rijtuigfabrieken ervaring op te doen en in 1880 (25 en 23 jaar oud) openden ze een eigen atelier aan het Stationsplein in Hilversum. Ze pakten het groot aan en leverden werk van kwaliteit. In 1883 presenteerden ze voor de export naar Nederlands-Indië een aparte catalogus, met daarin dertig verschillende rijtuigen. Het goedkoopste exemplaar kostte nog altijd evenveel als een geschoolde arbeider in een jaar tijd kon verdienen. In 1886 verhuisden ze naar Amsterdam, met de fabriek in de Kerkstraat en de kantoren aan de Reguliersdwarsstraat. Met het oog op de export veranderden ze toen al de naam van de firma in Spyker met een ypsilon.

Gouden koets

Ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 nam een groep Amsterdammers het initiatief om haar een bijzonder cadeau aan te bieden. Het werd de vermaarde Gouden Koets, waarvoor de Spijkers de opdracht kregen. Twaalf arbeiders werkten anderhalf jaar aan het rijtuig dat het fenomenale bedrag van 120.000 gulden kostte.

Trompenburg

In 1898 kochten de broers een Benz Velo en nog datzelfde jaar besloten ze de rijtuigfabriek met een autoafdeling uit te breiden. In november richtten ze daarvoor de maatschappij Trompenburg op. De naam verwees naar de vroegere eigenaar van het perceel waarop ze hun nieuwe fabriek bouwden, namelijk admiraal Cornelis Tromp. Ze gingen zorgvuldig te werk, maakten studiereizen naar de Verenigde Staten en Frankrijk en lieten 32 wagonladingen materieel en werktuigen aanvoeren, van stoommachines tot persluchtinstallaties.

Op de eerste autotentoonstelling in Amsterdam in 1900 lieten ze maar liefst acht auto’s zien. Maar de opwinding rond hun auto’s bracht de volgende jaren niet het succes dat ze gehoopt hadden. Vanwege de geringe resultaten haalden ze enkele buitenlandse constructeurs binnen onder wie de Belg Joseph Valentin Laviolette. Hij was nauwelijks twintig en zou enkele knappe Spykers ontwerpen. Het aantal werknemers steeg van 126 in 1901 en 400 in 1905, naar 550 in 1907. In 1907 verkochten ze 200 auto’s.

Schipbreuk

Om onduidelijke redenen vertrok Hendrik Spijker in 1904 naar Nederlands-Indië. Op Borneo, in Sambalioeng, had de firma eigen rubberplantages, van hier ook kwam het hout voor de Spyker-wielen. In Nederlands-Indië werden op zeker moment meer Spykers verkocht dan in Nederland, ging hij er de markt verkennen?

Het staat vast dat Hendrik op de veerboot Berlin zat toen deze op donderdag 21 februari 1907 van Harwich naar Hoek van Holland voer. Het schip had 139 passagiers en bemanningsleden aan boord. Die dag ontstond een zware storm, het schip strandde op de Noorderpier en verging. 124 van de opvarenden, onder wie Hendrik Spijker, verloren het leven.

In zijn boek over Spijker wijst Vincent van der Vinne erop dat zich op de boot ook nog twee met Spijker bevriende Engelse investeerders bevonden en dat ze samen van plan moeten geweest zijn de fabriek nieuwe impulsen te geven.

Bankroet

In elk geval ging Spyker op 26 september 1907 bankroet en werd Jacobus jr. Spijker uit zijn eigen bedrijf ontslagen. Toen hij in 1932 overleed, kreeg dat in de Nederlandse media nauwelijks aandacht. Tussen de dood van Hendrik en het bankroet vond ook nog de spectaculaire reis Peking-Parijs plaats met aan de start vijf auto’s, waaronder een Spyker. Het startschot werd gegeven op 10 juni 1907 en op 30 augustus reed een Spyker, weliswaar een maand na de winnaar op Itala, Parijs binnen. Te laat had de Spyker zijn betrouwbaarheid bewezen.

Ook zonder de Spijkerbroers zou de firma nooit florissant worden. Toen de deuren in het begin van de jaren 1920 definitief gesloten werden, waren er in twintig jaar tijd circa 1500 auto’s geproduceerd. Lang is nagedacht over de redenen van de mislukking. Vincent Van der Vinne noemt er in zijn boek een tiental.

De Spyker was in elk geval veel te duur, dus zeer conjunctuurgevoelig. Omdat het Nederlandse afzetgebied veel te klein was, moest op het buitenland worden gerekend. En elk land had wel een auto van hetzelfde kaliber. Ook daar gingen die exclusieve automerken ter ziele (Minerva in België, Bentley in Engeland, Maybach in Duitsland), behalve dan als de hoofdinkomsten elders vandaan kwamen, zoals bij Rolls-Royce.

Ingenieur Maarten de Bruijn en ondernemer Victor Muller richtten in 1997 een nieuwe Spyker Company op met als doel de fabricage van exclusieve sportwagens en raceauto’s. Overigens met de zegen van de familie Spijker. Het gamma bestond al snel uit een Spyder (sic) C8, een Laviolette coupé (als eerbetuiging aan de Belgische constructeur van weleer), de C8 Double 12 en een daarop gebaseerde Squadron Spyker die in 2003 in Le Mans meteen goed presteerde.

Saab

Met de overname van Saab begint het bedrijf dat ooit de gouden koets van de Nederlandse koningin leverde, alweer aan een nieuw leven.


Bekijk ook

Lees ook