Clouseau bestaat dertig jaar: "Het is een klein wonder dat we de hype overleefd hebben"

Clouseau

Amper een dag na de release prijkt hun nieuwste werk al bovenaan de hitlijsten. En nee, we hebben het hier niet over de meest recente Sam Smith of The National. Wel over het jubileumalbum ‘Clouseau30’, een vijfdelige verzamelbox om drie decennia Clouseau te vieren. “Eindelijk durven we trots te zijn op ons parcours.”

Veertien platen, honderdvierentwintig sportpaleizen en een jeugdig enthousiasme waar na dertig jaar nog niet de miste slijt op zit. Zelfs de grootste cynicus moet schoorvoetend bekennen dat de gebroeders Koen en Kris Wauters niet bepaald hebben stilgezeten. De gillende jonge meisjes van in de beginjaren zijn intussen uitgegroeid tot prille veertigers, de twee tieneridolen tot duurzame rasentertainers. In dertig jaar tijd is er dus behoorlijk wat veranderd.

Naar aanleiding van jullie dertigste verjaardag zijn er heel wat oude videofragmenten opgedoken in de media. Wat gaat er door jullie hoofd bij het bekijken van die beelden?

Koen: “Hoe is het mogelijk dat daar zoveel meisjes enthousiast over waren? (lacht) Ik heb die filmpjes samen met mijn kinderen bekeken. Mijn dochter Zita lacht zich te pletter. ‘Papa, hoe kan het nu dat al die meisjes daar zo voor gilden?’, vraagt ze me dan. En ook voor mezelf is het heel vreemd om de filmpjes uit de beginjaren terug te zien. Ik herken mezelf daar echt niet meer in: ik zou alles nu totaal anders aanpakken. Van de zang tot de podiumoutfits en de performance… Dat lijkt echt in geen enkel opzicht meer op wat we nu doen. Het niveauverschil is hallucinant.”

Kris: “Ik heb er wel met enige ontroering naar gekeken. Als ik zie waar we ooit begonnen zijn, kan ik gemakkelijker fier zijn op waar we nu staan. Op dat moment dachten we dat we goed bezig waren omdat iedereen zo enthousiast was. Maar eigenlijk trok onze act in het begin op niet veel. We hebben gewoon ontzettend geluk gehad dat we al meteen een paar goede nummers schreven. Anders waren ons fans in de loop der jaren wel afgehaakt.”

Koen: “Die goede liedjes waren onze redding. Anders zou ons publiek inderdaad al snel begrepen hebben dat dat enthousiasme misplaatst was. Misschien is dat wel onze grootste verwezenlijking, dat we de hype in het begin overleefd hebben. En dat we onderweg hebben geleerd om onszelf te verbeteren en om de lat telkens hoger te leggen.”

Als ik beelden van vroeger zie, herken ik mezelf niet meer

Hebben jullie ooit last van heimwee naar die uitzinnige periode? Toen was alles wat jullie deden nog nieuw en verfrissend.

Koen: “Nee, want toen werd alles wat we deden overschaduwd door dat overdreven enthousiasme. Niemand deed nog normaal tegen ons. Overal waar we kwamen werd de rode loper uitgerold én werd er verwacht dat we daarover liepen. Mensen wilden niet de gewone Koen en Kris Wauters zien, ze wilden een stelletje vedettes. En daar ga je je ook naar gedragen. Het is een beetje zoals Bob (Savenberg, red.) zegt: ‘Als mensen je behandelen alsof je van mars komt, ga je je op den duur afvragen waar je ruimteschip staat’.”

Kris: “Het was toen een beetje te intens, al die ongegronde adoratie. Het is een klein wonder dat we daar door geworsteld zijn. Gelukkig hielden we elkaar met de voeten op de grond. Als één groepslid wat raar begon te doen, dan werd hij eens stevig uitgelachen door de rest. Probleem opgelost.”

Koen: “De eerste jaren kregen we ook nooit vragen over muziek, en vanuit kritische hoek werden we na vier albums nog altijd beschouwd als een eendagsvlieg. Bovendien was alles wat we meemaakten hier in Vlaanderen ook redelijk uniek. Die hele hysterie had niemand al ooit meegemaakt. We werkten toen ook nog zonder frontstage. Als er tijdens een concert mensen flauwvielen, moest het Rode Kruis tussen ons op podium manoeuvreren. Verre van ideaal. Nee, ik ben heel blij dat onze concerten nu niet meer verstoord worden door flauwvallende mensen. Dan zijn de laatste twintig jaar toch een hele pak toffer geweest. Nu zijn mensen aan ons gewend. Ze weten dat we gewoon met de auto komen, en niet met de ufo.” (lacht)

Niet veel groepen zingen het zo lang uit als jullie. Wat is jullie geheim?

Kris: “We doen dit met hart en ziel én we hebben geleerd om op tijd en stond een pauze in te lassen. Wanneer je dat niet doet geraken de mensen je beu en speel je letterlijk je motivatie kwijt. Nu hebben we al een tijdje niet meer gespeeld. We staan te popelen om aan onze theatertour te beginnen.”

Koen: “Kris is de motor van Clouseau en zijn enthousiasme is besmettelijk. Als ik me een paar maanden gefocust heb op tv, dan kan het zijn dat ik het Clouseau-gevoel een beetje loslaat. Maar als Kris dan voor mijn deur staat en vraagt of ik tien minuutjes heb om naar enkele nummers te luisteren, dan komt de goesting onmiddellijk terug. Zonder Kris zou Clouseau op een veel lager pitje staan. Maar gelukkig is het onmogelijk om aan zijn enthousiasme te ontsnappen.” (lacht)

Is het na dertig jaar niet moeilijk om ambitieus te blijven?

Koen: “Ja, in die zin dat je ambitie zich beperkt tot het enige wat ambitie zou mogen zijn: goede nummers maken, platen opnemen en steengoede concerten spelen. We mikken niet langer op een internationale carrière of een verkoop van 600.000 platen. Dat is in het huidige muzieklandschap totaal ondenkbaar. Wat wel telt is dat op elke plaat een paar goede nummers staan. En dat je nog altijd goesting hebt om de zaal plat te spelen en de mensen bij hun nekvel te grijpen.”

Kris: “Hoe langer je bezig bent, hoe eenvoudiger de ambities worden. Uiteraard stond de muziek al van in het begin centraal, maar toen kwamen er nog zoveel dingen bij. Nu kunnen we ons veel beter focussen op de muziek zelf. En geloof me: ook na dertig jaar ben ik ervan overtuigd dat wij als muzikant de schoonste job ter wereld hebben.”

Mare Hotterbeekx

‘Clouseau30’ is uit bij Warner Music. Koen en Kris spelen de komende maanden een volledig uitverkochte theatertour in heel Vlaanderen.


Bekijk ook

Lees ook