Vrije val in aantallen jonge wetenschappers bedreigt innovatie
24 februari 2010, 19:51Steeds minder jonge mensen voelen zich aangetrokken tot wetenschappelijk onderzoek. Dat legt een zware hypotheek op de broodnodige innovatie in onze maatschappij. Wie de geschiedenis van de wetenschappelijke innovatie bekijkt, komt tot de vaststelling dat de belangrijkste wetenschappelijke uitvindingen werden gedaan door jonge wetenschappers. Einstein was amper 26 toen hij zijn relativiteitstheorie publiceerde. Ook Werner Heisenberg vertrouwde zijn theorie over kwantummechanica aan het papier toe toen hij net de twintig was gepasseerd. Archimedes was 20 toen hij ontdekte dat de opwaartse kracht die een lichaam in een vloeistof of gas ondervindt even groot is als het gewicht van de verplaatste vloeistof of gas. Marie Curie ontdekte dan weer de grondbeginselen van de radioactiviteit toen ze amper 30 was. Allemaal jonge mensen dus en een geweldig contrast met de hedendaagse wetenschap waarin de meeste ontdekkingen worden gedaan door wetenschappers op leeftijd. Uit statistieken van het Amerikaanse NIS (National Institutes of Health), waaruit de Wall Street Journal citeert, blijkt dat de meeste beurzen in de tachtiger jaren werden toegekend aan dertigers. Maar in 2006 was de curve al verder opgeklommen naar rechts en waren het vooral veertigers die studietoelagen kregen toegekend. Kregen dertigers in de jaren tachtig nog ruim 10% van het totale aantal studiebeurzen in handen, dan was dat in 2006 nog amper 1%.
Maar het wordt nog erger : in 2007, het laatste jaar waarvoor men over statistieken beschikt werden meer beurzen toegekend aan zeventigers dan aan twintigers.
[Gebaseerd op:The Wall Street Journal]












Verstuur via mail